Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR): hoe werkt de belastingvrijstelling?

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is een vrijstelling in de erf- en schenkbelasting voor wie een onderneming erft of geschonken krijgt en die voortzet. In 2026 is de goingconcernwaarde tot € 1.543.500 volledig vrijgesteld en geldt boven dat bedrag een vrijstelling van 75 procent. De regeling werkt alleen bij vererving of schenking, niet bij een verkoop aan een externe koper.
Geschreven door Maarten Ligthart, oprichter van Verkoop je Zaak. Ik begeleid ondernemers bij de verkoop van hun bedrijf en verkocht in 2023 mijn eigen softwarebedrijf Sysplatform.
Let op: dit artikel geeft de hoofdlijnen op basis van de officiële publicatie van de Belastingdienst voor 2026. Bedragen en voorwaarden wijzigen regelmatig en jouw situatie bepaalt de uitkomst. Laat de BOR altijd doorrekenen door een fiscalist voordat je iets vastlegt.
Wat is de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)?
De BOR is een fiscale faciliteit waarmee iemand die een onderneming erft of geschonken krijgt, over een groot deel van de waarde geen erf- of schenkbelasting hoeft te betalen, mits die persoon het bedrijf voortzet. De gedachte erachter is dat een opvolger anders gedwongen kan zijn geld uit het bedrijf te trekken of onderdelen te verkopen om de belastingaanslag te voldoen, wat de continuïteit in gevaar brengt.
De regeling kent drie faciliteiten naast elkaar: de vrijstelling zelf, uitstel van betaling voor het bedrag dat na de vrijstelling nog belast is, en uitstel van betaling voor erfgenamen die het bedrijf niet voortzetten maar wel een vordering krijgen op degene die dat wel doet (Bron: Belastingdienst, bedrijf erven of schenken, 2026). Je mag ze tegelijk gebruiken.
Belangrijk om te weten: de BOR geldt alleen voor een actieve, lopende onderneming. Beleggingsactiviteiten en het bijbehorende vermogen vallen er niet onder. Een bv die vooral vastgoed of een effectenportefeuille aanhoudt, komt dus niet zomaar in aanmerking.
Hoeveel vrijstelling geeft de BOR in 2026?
In 2026 geldt 100 procent vrijstelling over de goingconcernwaarde tot € 1.543.500 en 75 procent vrijstelling over het meerdere. De Belastingdienst kijkt daarbij naar twee waardebegrippen: de goingconcernwaarde (de waarde van het ondernemingsvermogen als samenhangend geheel, inclusief overdraagbare goodwill) en de liquidatiewaarde (de opgetelde waarde van de afzonderlijke bedrijfsmiddelen). Voor de aanslag geldt de hoogste van die twee.
| Situatie | Vrijstelling in 2026 |
|---|---|
| Goingconcernwaarde maximaal € 1.543.500 en hoger dan liquidatiewaarde | 100% over de goingconcernwaarde |
| Goingconcernwaarde maximaal € 1.543.500 en lager dan liquidatiewaarde | 100% over de liquidatiewaarde |
| Goingconcernwaarde boven € 1.543.500 en hoger dan liquidatiewaarde | 100% tot € 1.543.500, daarboven 75% |
| Goingconcernwaarde boven € 1.543.500 en lager dan liquidatiewaarde | Eerst 100% over het verschil tussen goingconcernwaarde en liquidatiewaarde, daarna 100% tot € 1.543.500 en 75% over het meerdere |
Een rekenvoorbeeld uit de publicatie van de Belastingdienst maakt het concreet. Bij een onderneming met een goingconcernwaarde van € 2.000.000 is de vrijstelling € 1.543.500 (100 procent over de eerste schijf) plus 75 procent over de resterende € 456.500, wat neerkomt op € 342.375. Samen € 1.885.875 vrijgesteld, over de rest wordt erf- of schenkbelasting berekend (Bron: Belastingdienst, brochure Erf- en schenkbelasting en de bedrijfsopvolgingsregeling 2026).
Blijft er na de vrijstelling nog belasting over, dan kun je voor dat deel uitstel van betaling vragen. Je krijgt dan een conserverende aanslag waar je maximaal tien jaar over mag doen, wel met invorderingsrente.
Welke voorwaarden gelden voor de BOR?
De BOR kent vier soorten eisen: aan de onderneming, aan de bezitsduur van de vorige eigenaar, aan de leeftijd van de verkrijger en aan het voortzetten na de overdracht.
| Eis | Bij erfenis | Bij schenking |
|---|---|---|
| Bezitstermijn vorige eigenaar | Minimaal 1 jaar | Minimaal 5 jaar |
| Minimumleeftijd verkrijger | Geen | 21 jaar |
| Voortzettingstermijn | Minimaal 3 jaar (verkrijging op of na 1 januari 2025) | |
| Soort vermogen | Actieve, lopende onderneming; beleggingsvermogen valt erbuiten | |
Twee aanvullingen die in de praktijk vaak worden gemist. De bezitstermijn wordt langer als de erflater of schenker op leeftijd is: er komt een half jaar bij voor ieder jaar dat de erflater meer dan twee jaar boven de AOW-leeftijd is, en voor de schenker geldt dat vanaf meer dan zes jaar boven de AOW-leeftijd. En verkreeg iemand de onderneming vóór 1 januari 2025, dan geldt nog de oude voortzettingstermijn van vijf jaar in plaats van drie.
Verder vraag je de BOR aan in je aangifte erf- of schenkbelasting. Doe je dat daar niet, dan kan het verzoek in beginsel nog zolang de aanslag niet onherroepelijk vaststaat, maar daarna niet meer. Laat je fiscalist op die termijn letten, want de regeling wordt niet vanzelf toegepast.
Wat gebeurt er als de opvolger het bedrijf binnen drie jaar verkoopt?
Dan vervalt de vrijstelling en moet er alsnog erf- of schenkbelasting worden betaald over het bedrag waarvoor je vrijstelling kreeg. Dat geldt niet alleen bij een volledige verkoop: ook het verkopen van een deel van de onderneming of van een deel van de aanmerkelijkbelangaandelen, het aangaan van een samenwerkingsverband, liquidatie door faillissement of het wijzigen van de oorspronkelijke activiteit kan betekenen dat je niet meer aan het voortzettingsvereiste voldoet.
De Belastingdienst geeft er zelf een voorbeeld bij: een dochter erft een bakkerij en krijgt € 1.600.000 vrijgesteld. Verkoopt zij de bakkerij na twee jaar, dan vervalt die volledige vrijstelling en moet zij alsnog erfbelasting betalen over € 1.600.000. Bij gedeeltelijke overdracht vervalt de vrijstelling naar evenredigheid.
Voldoe je niet meer aan het voortzettingsvereiste, dan moet je dat zelf melden binnen acht maanden na het moment waarop je stopte. Dit is precies de reden dat een familieoverdracht en een marktverkoop niet door elkaar moeten lopen. Wie het bedrijf overneemt met de BOR en er kort daarna toch afstand van wil doen, betaalt de rekening met terugwerkende kracht.
Geldt de BOR ook als ik mijn bedrijf verkoop aan een externe koper?
Nee. De BOR is een faciliteit in de erf- en schenkbelasting en speelt alleen bij vererven of schenken. Verkoop je je bedrijf tegen een reële prijs aan een derde, dan is er geen schenking en dus geen BOR. Je hebt dan te maken met een heel ander fiscaal spoor.
Bij een verkoop van de aandelen van je bv valt de winst in box 2 (aanmerkelijk belang), of blijft die onder de deelnemingsvrijstelling in je holding tot je het geld naar privé haalt. Verkoop je een eenmanszaak of je aandeel in een VOF, dan reken je in box 1 af over de stakingswinst. Hoe dat werkt lees je in hoeveel belasting je betaalt bij de verkoop van je bedrijf en specifiek voor de DGA in belasting bij verkoop van aandelen: zo werkt box 2. De volledige fiscale context staat op onze pagina over belasting bij het verkopen van je bedrijf.
In de praktijk zien we vaak een tussenvorm: een deel van de aandelen wordt geschonken aan een kind dat meedraait in het bedrijf, en het andere deel wordt verkocht. Zo'n gemengde route kan fiscaal aantrekkelijk zijn, maar hij vraagt planning van jaren vooruit, alleen al vanwege de bezitstermijn van vijf jaar bij schenking.
Hoe bepaal je de waarde van je onderneming voor de BOR?
De vrijstelling rekent met de goingconcernwaarde, dus met wat de onderneming als draaiend geheel waard is, inclusief overdraagbare goodwill. Dat is dezelfde waarde die een externe koper zou beoordelen, en dus is een reële waardebepaling het startpunt van elke opvolgingsplanning. Zonder waarde weet je niet of je boven of onder de grens van € 1.543.500 uitkomt, en dus ook niet of er straks een aanslag komt.
Wat we in de praktijk zien: familiebedrijven schatten hun eigen waarde vaak te laag in, omdat de eigenaar rekent met het eigen vermogen op de balans in plaats van met de verdiencapaciteit. Bij een bedrijf dat structureel winst maakt, ligt de goingconcernwaarde meestal fors hoger dan de boekwaarde. Precies daar ontstaat de aanslag die niemand had begroot. Bereken daarom eerst een reële waarde via onze bedrijfswaarde-calculator, en lees hoe normalisatieposten die waarde beïnvloeden.
Overweeg je in plaats van opvolging binnen de familie toch een verkoop op de markt, kijk dan ook naar de route via een management buy-out. Ook daar geldt: de BOR helpt niet bij een verkoop tegen een reële prijs, maar de waardebepaling is precies dezelfde exercitie.
Weet eerst wat je bedrijf waard is
Of je nu overdraagt binnen de familie of verkoopt op de markt, alles begint bij een reële waarde. Die bepaalt of de BOR-grens in beeld komt, hoeveel belasting er straks staat en welke route fiscaal het slimst is. Met de gratis Exit Scorecard zie je in twee minuten hoe verkoopklaar je bedrijf is en waar je waarde nu weglekt. Verkoop je Zaak werkt 100% no cure no pay: geen uurtarief, geen maandkosten. Komt er binnen twaalf maanden geen verkoop, dan krijg je je startfee volledig terug, volgens onze garantievoorwaarden. We begeleiden ondernemers vanaf een verkoopwaarde van vijfhonderdduizend euro.
Start de gratis Exit Scorecard of plan een vrijblijvende strategiesessie.



